De website openbeelden.nl vierde onlangs een bescheiden mijlpaal. Op het open mediaplatform van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Nederland Kennisland staan meer dan duizend items uit historische Polygoon Journaals. Vrij toegankelijk voor hergebruik onder Creative Commons licentie. Een begin. ‘Er is nog 700 duizend uur ander beeldmateriaal. Dat zou er - mits rechtentechnisch mogelijk - allemaal op moeten,’ zegt Harry Verwayen van Europeana.
Open Beelden is in feite een interessant bijproduct van de grootscheepse digitalisering van een omvangrijk deel van alle beeldmateriaal dat in de Nederlandse archiefkasten ligt. ‘Samen met het Nationaal Archief en het Eye Film Instituut - het voormalige Filmmuseum - zijn we daar drie jaar geleden mee begonnen,’ zegt Maarten Brinkerink van Beeld en Geluid. ‘Digitalisering van het filmmateriaal was noodzakelijk omdat een groot deel van onze collectie kapot ligt te gaan. Het verzuurt en eet zichzelf op.’
Inmiddels is de digitalisering van Beelden voor de Toekomst, gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking, ongeveer halverwege. Maar dat is voor de ‘archivisten’ niet voldoende. Zij vinden dat het materiaal ook zoveel mogelijk vrij beschikbaar moet zijn, bijvoorbeeld voor hergebruik door filmmakers en journalisten en het algemene publiek.
Aanleg metro
Het meest opvallende ‘hergebruik’ van de Open Beelden is te vinden op de webencyclopedie Wikipedia. Brinkerink: ‘Een paar maanden nadat we het platform hadden gelanceerd, werden we benaderd door Vereniging Wikimedia Nederland - de Nederlandse groep vrijwilligers achter Wikipedia. Zij wilden ons beeldmateriaal gebruiken als audiovisuele illustratie bij lemma’s over steden en personen. De impact hiervan is enorm. In maart bleek dat de artikelen op Wikipedia met videomateriaal van Open Beelden in één maand tijd door meer dan 500 duizend mensen werden bekeken.’
‘Wij waren al langer in gesprek met Beeld en Geluid, omdat zij die collectie Polygoon Journaals hebben. Voor ons interessant materiaal omdat het heel encyclopedisch is. Bovendien gaat het vaak om beelden van gebeurtenissen waarvan niet zoveel ‘vrij’ beschikbaar videomateriaal is, zoals de aanleg van de metro in Amsterdam’, licht Hay Kranen van Wikimedia Nederland toe. De filmpjes sluiten nauw aan bij de behoefte van bewegende beelden van de encyclopedie en zijn gebruikers. ‘Op dit moment staan er al 7,5 miljoen mediabestanden op Wikipedia. Maar dat zijn toch voor het merendeel foto’s.’
Belastingen
Kranen is ‘absoluut’ onder de indruk van het materiaal dat hij via Open Beelden tegenkwam. ‘Die Polygoon Journaals zijn heel interessant. De eerste bewoners van Almere. De watersnoodramp. De tiende Elfstedentocht...’ Maar hoe interessant ook, de onbezoldigde medewerker van Wikimedia is minstens even geïnteresseerd in het beeldmateriaal dat (nog) niet op Open Beelden staat. Materiaal dat allang is gedigitaliseerd, maar niet vrij toegankelijk wordt gemaakt. Simpelweg omdat onduidelijk is wie de rechthebbenden zijn of omdat er discussie is over de rechten.
‘Ik denk persoonlijk - dat is dus geen officieel standpunt van Wikimedia - dat beelden die geproduceerd zijn voor een publiek doel, dus voor een publieke omroep, gewoon openbaar moeten zijn. Voor die beelden hebben we al een keer betaald via de belastingen. Het zou toch raar zijn als je nog een keer moet betalen om ze te zien?’
The Beatles
Als het om auteursrechten gaat, zou Nederland toch al wat losser kunnen zijn, vindt Kranen. Er zijn goede initiatieven zoals de nieuwe, overkoepelende website rijksoverheid.nl (geheel en al onder Creative Commons licentie), Ook instanties als het Tropenmuseum en het Nationaal Archief stellen materiaal ‘vrij’ beschikbaar. Maar dat zijn uitzonderingen. ‘In Amerika gaat dat anders. Neem de ruimtevaartorganisatie NASA, een overheidsorganisatie die betaald wordt met belastinggeld. De NASA heeft veel beeldmateriaal vrij gegeven. Met als gevolg dat wij schitterende illustraties hebben bij onze lemma’s over planeten en het heelal. Maar ook belangrijk ander materiaal is daar vrij beschikbaar. De foto van The Beatles in Amerika is gemaakt door iemand in overheidsdienst - dus vrij voor ons te gebruiken.’
Kranen heeft meer twijfels over de verkrampte manier waarop we in Nederland omgaan met het auteursrecht. ‘Ik snap heel goed dat je bepaalde rechten hebt als maker. Maar wat ik niet snap is dat het zo lang duurt voordat je vrij gebruik kunt maken van het materiaal. Nu moet je zeventig jaar wachten tot na de dood van de auteur voordat het rechtenvrij wordt. Een belachelijk lange termijn. Zomaar een voorbeeld: zo’n schilder als Mondriaan... de man is al heel lang dood, had geen vrouw en kinderen; de termijn waarop je (her)gebruik kunt maken van zijn materiaal in het publieke domein zou je moeten terugbrengen. Zeker in het huidige internettijdperk.’
Piratensectie
‘Ik ben niet van de piratensectie’, zegt Harry Verwayen van Europeana, het Europese internetportal dat zoveel mogelijk erfgoed vrij toegankelijk wil maken, ‘maar het is cruciaal om heel snel met een oplossing voor de onzekerheden over de rechten te komen. Dit probleem zou je natuurlijk internationaal moeten aanpakken. Maar je kunt op Nederlands niveau beginnen. Zoals ook in Scandinavië gebeurt. Afspraken maken met de collectieve beheerorganisaties over een redelijke vergoeding met de rechthebbenden. Tegelijk is dit een verzekering voor rechthebbenden die zich melden en aangeven niet deel te willen nemen aan de regeling (de zogenaamde opt-out regeling).’
Dit model is volgens Verwayen met name interessant voor de enorme hoeveelheid materiaal waar de rechthebbenden moeilijk van zijn te traceren en waarvan de commerciele waarde lager dan de transactiewaarde is. Denk aan ‘Bleeke Bet’, een in kleine kring beroemde film uit 1934. Voor dit type materiaal zou de collectieve regeling kunnen worden gefinancierd uit een kleine verhoging van het kijk- en luistergeld (dat tegenwoordig via de Belastingdienst wordt geïnd).
‘Het grootste voordeel hiervan is dat de infrastructuur al aanwezig is. Vervolgens is het aan de beheerorganisaties - bijvoorbeeld Buma/Stemra - om die gelden weer te versleutelen naar de rechthebbenden. Dat zou in ieder geval een heel praktische oplossing zijn om dit erfgoed weer toegankelijk te maken voor de samenleving. Voor meer recente films, denk aan Zwartboek van Paul Verhoeven, zijn weer andere modellen te bedenken, naar analogie van bijvoorbeeld streaming muziek op Spotify. Maar het zou kapitaalvernietiging zijn om al het materiaal achter gesloten deuren te houden door alles alleen op transactiebasis beschikbaar te maken.’
omroep.openbeelden.nl
De eersten die met hun materiaal moeten bijdragen aan Open Beelden zijn de publieke omroepen. ‘700 duizend uren aan tv, RVD-materiaal, amateurfilms, documentairefilm; het zou er uiteindelijk allemaal op moeten,’ vindt Verwayen. Brinkerink van Beeld en Geluid is tevens van mening dat publiek gefinancierde producties vrij beschikbaar moeten komen. Mits de publieke omroepen natuurlijk zelf rechthebbende zijn. ‘Voor toekomstige producties zouden omroepen beter moeten nadenken hoe ze met de rechten omgaan. Hoe meer rechten zij tijdens het productieproces zelf in handen hebben, des te groter de kans dat de uitzendingen achteraf ook vrij beschikbaar kunnen komen. Nu is er nog te vaak sprake van derde rechthebbenden die de beschikbaarheid van het materiaal (kunnen) verhinderen.’
‘Het is echt iets voor de lange termijn om rechthebbenden te overtuigen van de mogelijkheden en voordelen van open distributie,’ aldus Brinkerink. ‘Daarom hebben wij zelf het voortouw genomen met ons ‘eigen’ Polygoonjournaal. Op dit moment overwegen we om de omroepen een eigen portal aan te bieden op Open Beelden. Bijvoorbeeld: vpro.openbeelden.nl, waar de VPRO dus gebruik kan maken van onze faciliteiten om zijn eigen materiaal vrij te distribueren. In 2011 gaan we beginnen met die aanbieding.’
Remixes
De vraag is of omroepen op die ‘aanbieding’ in gaan. ‘We hebben geen toezegging. We zijn druk in gesprek.’ Voorlopig blijft de vrij toegankelijke database van Open Beelden dus beperkt tot materiaal waar Beeld en Geluid zelf rechthebbende is. Hoewel het aantal filmpjes wel is opgelopen tot boven de duizend en Brinkerink tot zijn grote plezier ziet dat anderen de kracht van het medium (wel) zien. Zo plaatste het Nationaal Comité 4 en 5 mei onlangs dertig interviews van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog op de website.
En er is - heel voorzichtig - sprake van creatieve vormen van hergebruik. Oud materiaal als basis voor een nieuw project. Brinkerink. ‘Ik moet eerlijk zeggen: dat onderdeel is tot nu toe een beetje tegen gevallen. Wat ons voor ogen stond is dat bijvoorbeeld filmmakers creatieve remixes zouden maken, vergelijkbaar met wat je veel op YouTube ziet gebeuren. Dat is helaas alleen gebeurd tijdens een mede door ons georganiseerde workshop op het Strangerfestival - een Europees video- en filmfestival voor jonge filmmakers. Daar was de opdracht: gebruik archiefmateriaal om een eigen verhaal te vertellen. Eigenlijk zijn dat de enige remixes tot nu toe waar wij van op de hoogte zijn.’
Jeroen Dirks